woensdag, oktober 14, 2026
    Home Hunebedhunters Op ontdekking door het Emsland en het Hümmling deel 2

    Op ontdekking door het Emsland en het Hümmling deel 2

    0
    50
    009. Heseker Steine bij Löningen, De keien vormen een langgerekt hunebed uit de Trechterbekertijd.

    Dwalen aan de overkant van de grup

    Oostelijke Hümmling en het Cloppenburgerland

    In een eerder artikel is meer te lezen over een reis door het Emsland en de Hummling

    Na het bezoek aan het Borkener Paradies bij Versen, dat de afsluiting vormde van de reisroute over de westelijke en zuidelijke Hümmling,  rijden we nu via Wesuwe naar Haren/Ems. In Haren op het kruispunt met weg 408 rechtsaf naar Emmeln en daar voorbij bij het kruispunt met verkeerslichten linksaf de B70 op richting Lathen.

    001 Het Börkener Paradies is al sinds de middeleeuwen in gebruik als Hudewald. Men liet er vee weiden. Het gebied is en prachtig stuk natuur en ligt binnen en oude meander van de rivier de Ems. Foto Emsland Tourismus.

    Na een kleine 1,5 km sla je rechtsaf naar het dorpje Tinnen. Bij Tinnen heb je een bijzonder en prachtig beschermd natuurgebied, een soort bomenoerwoud, het Tinner Loh.Het staat al sinds 1937 onder bescherming en beslaat een relatief klein maar zeer indrukwekkend terrein van circa 13 hectare. Wat maakt het bos- en natuurgebied zo uniek?

    1)Het Tinner Loh is een klassiek voorbeeld van een Hudewald. Eeuwenlang lieten boeren uit de regio hun vee (met name varkens en runderen) in het bos grazen. Het vee voedde zich met kruidenopslag, eikels en beukennootjes. Om de kronen van de beuken optimaal te laten groeien voor maximale nootopbrengst, werden de bomen regelmatig gesnoeid en kregen ze veel ruimte. Dit leidde tot de vorming van enorme, vrijstaande beuken met bizar gevormde, knoestige takken en dikke, soms  sprookjesachtige gedaanten. De beuken in het Tinner Loh behoren tot de oudste van het Emsland (sommige bomen zijn honderden jaren oud). Doordat veel bomen in het verleden zijn geknot of beschadigd en de natuur er nu al decennia haar gang mag gaan, hebben de bomen vreemde, grillige vormen gekregen. In het bos ligt veel dood hout en staan dode beuken nog op stam met soms veel houtzwammen. Een wandeling door het betrekkelijk kleine natuurbos is een belevenis en… als je even gaat zitten met je ogen dicht, dan hoeft het niet verbazen als je trollen gaat zien.

    002. Het Tinner Loh is eveneens een oud weidebos voor vee. Het is niet groot maar er staan indrukwekkend grote beukenbomen, die na hun dood veranderen in abstracte ruïnes. Deze dode beuk stond bekend als ‘Die Dicke’. De boom sneuvelde tijdens een voorjaarsstorm in 2018. Foto Roberth Sterk.

    In het dorp Tinnen kun je parkeren aan de Lohweg, vlak bij Gasthof Robbers. Hier kun je ook overnachten als je dat zou willen.

    Vervolgens rij je terug naar de B70 en rij je in zuidelijke richting naar Meppen. Vlak voor Meppen neem je de afslag naar Haselünne op weg 402.

    2)In Haselünne is het goed toeven en logeren. Het is niet alleen de oudste stad in het Emsland, het is ook rijk aan historie. Het is een oude hanzestad en ligt aan de Hase, een zijrivier van de Ems. In de binnenstad vind je naast de laatgotische Sint-Vincentiuskerk en eeuwenoude vakwerkhuizen,  kasteelboerderijen (Burgmannshöfe), waaronder de Westerholtsche Burgmannshof uit de 14e eeuw.

    Terzijde: de stenen toren van de St.Vincentiuskerk

    De St. Vincentiuskerk in Haselünne vormt met haar massieve en sobere uitstraling een prachtig voorbeeld van de laatgotische hallenarchitectuur. Wie naar de toren loopt ziet in de opeenstapeling van verschillende bouwmaterialen de geologische en ambachtelijke geschiedenis van het Emsland af. Het oudste fundament van de 13e-eeuwse westtoren rust stevig op onregelmatige, zware veldkeien, maar die zijn jammer genoeg niet te zien.. Deze keien van graniet en gneis zijn afkomstig uit de directe omgeving en het nabijgelegen Hümmling-gebied. Het zijn Scandinavische zwerfstenen die tijdens de voorlaatste Saale-ijstijd door het landijs in het Emslandse landschap zijn achtergelaten en door de middeleeuwse kerkbouwers dankbaar als onverslijtbare funderingsbasis werden gebruikt.

    Boven dit fundament van zwerfstenen verheft zich de toren, die is opgetrokken uit strak gehouwen blokken Bentheimer zandsteen. Deze karakteristieke geel- tot roodbruine zandsteen werd gewonnen in de steengroeven van Bentheim en Gildehaus, zo’n vijftig kilometer ten zuidwesten van Haselünne. Vanwege zijn hoge sterkte en relatief eenvoudige bewerkbaarheid was deze steen in de middeleeuwen een geliefd en kostbaar exportproduct, dat over de streek werd verspreid via oude handelswegen en over de rivier de Vecht. Bentheimer zandsteen is ook in ons land  – vooral in Overijssel – veel voor kerk- en torenbouw toegepast. Behalve voor de onderbouw van de toren werd deze zandsteen ook gebruikt voor de steunberen, het maaswerk van de ramen en decoratieve accenten in het schip, evenals voor het prachtige 13e-eeuwse doopvont in de kerk.

    Voor de muren van het grote driebeukige schip en het koor, gebouwd in de 15e eeuw, stapten de bouwers over op lokaal geproduceerde rode baksteen. Omdat natuursteen schaars en duur was, vormde baksteen het ideale materiaal voor grote hallenkerken. De leem en klei die daarvoor nodig waren, werden gewonnen uit de afzettingen in het stroomgebied van de rivier de Hase, die vlak langs de stad stroomt. In tijdelijke veldovens nabij de bouwplaats werden de kleiblokken op hoge temperatuur gebakken tot sterke bakstenen. Het samenspel tussen de dieprode lokale baksteen, de lichte Bentheimer zandsteen maakt de St. Vincentiuskerk tot een opvallend bouwwerk dat letterlijk verankerd is in de bodem en historie van het Emsland.

    003. St. Vincentiuskerk in Haselünne. De toren is opgetrokken uit blokken Bentheimer zandsteen. In de muren van het schip zijn naast rode baksteen ook bekapte blokken moerasijzererts gebruikt. Bron: Wikimedia Commons Foto Thomas Pusch

    Wellicht voor velen van jullie mooier en ook interessanter is de Haselünner Kuhweide. Een wandeling over dit bijzonder mooie natuurgebied is absoluut de moeite waard. Dit reservaat van 72 hectare ligt binnen een een meander van de Hase en omvat het grootste aaneengesloten jeneverbesbos van Noordwest-Duitsland. Het landschap is een parkachtig Hudewald-relict met schrale zandgronden, eiken, dichte jeneverbesstruwelen, heide en rivierduinen. Om te voorkomen dat het gebied dichtgroeit, wordt het al eeuwenlang begraasd. Tegenwoordig kom je er kuddes Schotse hooglanders, schapen en een semi-wilde kudde tarpan-paarden tegen. Een markante wandelroute met een natuurleerpad leid je via de landschappelijk prachtige Kiebitzberg direct door dit unieke, oeroude cultuurlandschap. Een aanrader!

    Hoe kom je er?

    De meest praktische uitvalsbasis voor een wandeling is de grote wandelparkeerplaats aan de Andruper Straße of de parkeerplaats nabij het recreatiegebied aan de weg ‘Am See’. Vanaf deze parkeerterreinen wandel je direct het netwerk van wandelpaden in, waaronder het ruim 3,6 kilometer lange ‘Naturerlebnispfad Haselünner Wacholderhain’. Dit houten en verharde wandelpad voert je met informatieve borden direct door de stroomvallei van de Hase, langs de grazende dieren en door de dichte jeneverbesbossen van de historische Kuhweide.

    004. Haselünner Kuhweide is een prachtig natuurgebied met verspreid honderden schilderachtige jeneverbessn. Je kunt er prachtige wandelingen maken, vooral als in augustus de heide in bloei staat.
    005. Op de Haselünner Kuhweide groeien jeneverbessen als bomen zo groot. Foto Thorwald Wolf – Lengerich.

    3) Herzlake en Löningen

    Via Haselünne rijd je op weg 213 oostwaarts naar Herzlake en Löningen.

    In de omgeving van Herzlake en Löningen wordt het landschap bepaald door het rivierdal van de Hase en zijriviertjes met een fraaie afwisseling van ooibossen, vochtig/moerassige oude meanders, oude rivierduinen en weidse esgronden. Dit rivierenlandschap is stil en leent zich uitstekend voor wandelingen langs het water. Naar het noorden toe gaat dit laaggelegen rivierdal over in het hoger gelegen zandgebied van de Hümmling, jullie inmiddels bekend.  

    4)  Herzlake Turffabriek/bezoekerscentrum Hahnenmoor

    Dit is een bijzonder mooi hoogveenreservaat. Hoe kom je er?

    Vanaf Herzlake bereik je het Torfwerk Hahnenmoor en aanpalend natuurreservaat door in zuidoostelijke richting via de Grafelder Straße het dorp Herzlake uit te rijden. Als je deze weg ongeveer vier kilometer blijft volgen richting Grafeld, ligt de historische turffabriek aan de linkerkant bij nummer 44. De rit met de auto duurt niet meer dan zes minuten, maar ook op de fiets is de locatie binnen een kwartier eenvoudig te bereiken via het fietspad langs dezelfde route. Het voormalige fabrieksterrein vormt een ideaal uitgangspunt om direct het aansluitende natuurreservaat te verkennen.

    006. Kaart met Herzlake en omgeving

    Terzijde: Het Hahnenmoor

    De turffabriek van Hahnenmoor werd in 1988 stilgelegd. Tegenwoordig toont een tentoonstelling in en rond het industriemonument bij Herzlake de geschiedenis van het Hahnenmoor, dat een gebied van 620 hectare beslaat en nu een beschermd hoogveenreservaat is hier en daar gebieden met levend hoogveen. Op het terrein van de fabriek, dat bijna zo groot is als twee voetbalvelden, is een aanschouwelijke tentoonstelling ingericht over het gebruik van veen door de mens, d.w.z. hoofdzakelijk turfwinning, schapenhouderij, bijenteelt en boekweitteelt. Boekweit groeit goed op verbrand voedselarm veen en vormde net als in Drenthe destijds naast roggebrood het volksvoedsel.

    Vooral de turfwinning heeft het veen ingrijpend veranderd. Karakteristieke plantensoorten werden verdrongen en andere kwamen hier terecht. Bezoekers leren zowel typische heideplanten als de nieuwe planten kennen. Veel kan op eigen houtje worden verkend, maar het museum biedt ook rondleidingen en een veenschool aan. In de turffabriek zijn delen van de historische productie-installaties bewaard gebleven, en het café verwent zijn gasten in het weekend onder meer met zelfgemaakt gebak, waarbij men op zondag zelfs een rondrit met de (smalspoor) veentrein mogelijk is.

    007. De oude turffabriek Hahnenmoor bij Herzlake Het is momenteel een bezoekerscentrum waarin veel over het turfwinningsproces verteld en tentoongesteld wordt.
    008. Vanuit het bezoekerscentrum kun je lange wandelingen maken door het oude veenwinningsgebied en kom langs plekken met levend hoogveen.

    Rondom Löningen en het nabijgelegen Berge kom je bijzondere sporen uit de prehistorie tegen, zoals grafheuvelvelden uit de latere Bronstijd en de unieke Hekeser Steine. Dit zijn twee hunebedden die op een fascinerende wijze met elkaar verbonden zijn. In de directe omgeving van Löningen vind je urnenvelden en grafheuvels uit de late Brons- en vroege IJzertijd.

    009. Heseker Steine bij Löningen, De keien vormen een langgerekt hunebed uit de Trechterbekertijd.

    3a) grafheuvels en hunebedden bij Werwe.

    Het grafheuvelcomplex bij Werwe (op het terrein met de naam Auf dem Ladenesch) bereik je vanuit het centrum van Löningen door de rivier de Hase over te steken via de L837 (Linderner Straße) richting het zuidwesten en af te slaan naar Evenkamp/Werwe. Daar neem je het weggetje met de toepasselijke naam Zu den Steingräbern. Iets vóór het gehucht Werwe zie je in het open land een opvallend eilandje van bomen liggen. Vanaf de weg is dit perceel te voet bereikbaar; hier vind je niet alleen de restanten van het Neolithische megalietgraf, maar direct noordoostelijk daarvan ook een grote, goed herkenbare brons- en ijzertijdgrafheuvel met een ronde vorm en aarden wal.

    3b) Benstrup en Menslage grafheuvels

    Vervolg je weg via Werwe verder naar het oosten/zuidoosten richting Benstrup en Menslage. Je rijdt door een gevarieerd bos- en esdorpenlandschap. Via de L838 en de K158 bereik je de bosgebieden rondom Benstrup en de Herberger Feld/Herbergen bij Menslage. De grafheuvels en oude urnenvelden in deze zone liggen verscholen in de langgerekte bosstroken die het rivierdal van de Hase scheiden van de hogere zandgronden. Om deze plekken te bezoeken, parkeer je het beste aan de rand van de bospercelen of nabij het Hahlener Moor, waar de wandelroute ‘TERRA.track Hahlener Moor’ start, om vervolgens een wandeling te maken over de bos- zandpaden waar infoborden en markeringen van het cultuurlandschap je naar de grafheuvels in het terrein gidsen.

    3c) De Hekeser Steine (gelegen bij Hekese, net ten zuidoosten van Löningen nabij Berge).

    Dit is een van de meest unieke prehistorische monumenten van heel Duitsland. Hoewel beide hunebedden uit de Trechterbekercultuur stammen, vormen ze een absolute archeologische zeldzaamheid omdat het gaat om twee grote hunebedden die over een afstand van zo’n 53 meter rechtstreeks met elkaar zijn verbonden door een langgerekte rij van zwerfstenen, wat bij geen enkel ander hunebed elders voorkomt. Je bereikt deze bijzondere plek heel eenvoudig vanuit Löningen door via de B213 en de L60 richting het zuidzuidoosten te rijden naar Hekese, waar de steenrijen direct langs de Kettenkamper Straße / Restruper Straße in het bos liggen en goed toegankelijk zijn via een korte wandeling vanaf de parkeerplaats.

    010. Knus kerkpleintje in Menslage met een bijzonder fraai onderhouden Nedersaksisch vakwerkhuis/boerderij.

    4) Omgeving Lastrup en Molbergen.

    De omgeving rond Lastrup en Molbergen in de zuidelijke Hümmling vormt de overgang van het laaggelegen agrarische beekdal/rivierlandschap van de Hase naar de hogere en bosrijke zandgronden van de Cloppenburger Geest en de flanken van de Hümmling. Landschappelijk toont het gebied een sfeervolle afwisseling van oude esdorpen, historische eiken- en grove dennenbossen, vochtige beekdalen zoals dat van de Soeste en de Marka, en beschermde natuurgebieden zoals het Dwergter Meer en de Molberger Dose, waar verruigde hoogveenrelicten en natte heidegronden herinneren aan het ooit zo uitgestrekte veenlandschap.

    Historisch en cultuurhistorisch gezien tonen de dorpen in deze streek de eeuwenoude plattelandscultuur van het Oldenburger Münsterland. Oude boerderijen met imposante vakwerkschuren, korenmolens en historische bakstenen dorpskerken getuigen van een agrarisch gemeenschapsleven dat eeuwenlang afhankelijk was van heideplaggen, veeteelt en kleinschalige roggebouw. Het samenspel van de stille dennenbossen, duizenden jaren oude hunebedden maakt dit gebied tot een landschappelijk en historisch interessante streek.

    Op archeologisch en prehistorisch gebied is deze streek bijzonder rijk en vormt zij een belangrijke schakel binnen de ‘Straße der Megalithkultur’. Meer dan vijfduizend jaar geleden, tijdens het Neolithicum, richtten de bewoners van de Trechterbekercultuur hier indrukwekkende grafmonumenten op van grote zwerfstenen. In de dichte bossen van het Fuhrenkamp bij Lastrup liggen bijvoorbeeld maar liefst drie opmerkelijk goed bewaarde Neolithische ganggraven dicht bij elkaar.

    011. De Teufelssteine van Molbergen. Het is een van de vele hunebedden (Grosssteingrab Bischofsbrück uit de Trechterbekertijd. Bron: Wikimedia Commons, foto: Einsamer Schütze.

    Terzijde: Teufelssteine Molbergen

    Vermoedelijk ging het oorspronkelijk om een ovale dekheuvel van 40 meter lang en 6 meter breed. Zo’n dekheuvel met steenkrans wordt in Duitsland juist Hünenbett en geen Hünengrab genoemd (en is meestal rechthoekig). De steenkrans is niet volledig en enkele stenen staan niet meer in de oorspronkelijke positie.

    Het Hünenbett bedekte de kamer die compleet bewaard is gebleven. Het gaat hier om een „Hannoversche Kammer“ met drie dekstenen van 6 bij 1,5 meter groot. De kamer heeft op de zuidelijke, lange zijde drie draagstenen en op de noordelijke, lange zijde twee draagstenen. Er zijn ook twee sluitstenen. De toegang heeft waarschijnlijk op de noordelijke zijde gelegen, wat erg ongebruikelijk is. Tegenwoordig is deze niet meer te herkennen. De grootste deksteen is 3,0 × 2,9 × 0,6 meter groot. 

    4a) Ganggraven van  het Fuhrenkamp bij Lastrup

    De langgraven in het  Fuhrenkamp vormen een bijzondere groep van drie hunebedden, verscholen in een bosperceel vlak bij Lastrup. Wat deze plek bijzonder maakt, is dat de hunebedden nog een authentiek karakter hebben. Het bekendste steengraf van het drietal, door archeologen aangeduid als Fuhrenkamp 1, ligt in een nog heel duidelijk herkenbare, langgerekte dekheuvel van wel 35 meter lang. Zestien grote wand- en dekstenen steken daar nog altijd boven de grond uit. Vlak daarnaast liggen nog twee kleiner bewaarde grafkamers in het bos verscholen, en wie de wandeling iets verder voortzet vindt op nog geen kilometer afstand ook de Oldendorfer Hünensteine.

    Je bereikt deze bijzonder groep hunebedden met de auto op de B213 vanaf Herzlake en Löningen in de richting van Lastrup en Cloppenburg. Tussen het gehucht Oldendorf en het dorp Lastrup ligt direct aan de noordzijde van de B213 een kleine parkeerplaats. Vanaf het zuidelijke uiteinde van dit terrein wandel je een heel klein stukje over het voetpad parallel aan de weg in zuidwestelijke richting, waarna je bij de bosrand aan je rechterhand een onverhard bospad inslaat. Vergeef mij als dit inmiddels anders is, maar dan wijzen bordjes je wel de weg. Als je dit pad volgt en na zo’n tweehonderd meter links aanhoudt, sta je al snel midden in het bosperceel waar de mysterieuze grafmonumenten tussen de bomen liggen. Omdat deze specifieke graven wat minder goed bewegwijzerd zijn dan de grotere toeristische trekpleisters in de regio, is het verstandig om een offline wandel-app op je telefoon mee te nemen om de steentijdgraven makkelijk te vinden.

    012. Bijna geheel ontmanteld hunebed van het Fuhrenkamp bij Lastrup. Net als in ons land zijn in Duitsland in het verleden bijzonder veel hunebedden gesloopt omdat men de grafmonumenten als steengroeven gebruikte. De keien werden al of niet bewerkt vooral gebruikt voor de bouw (fundering) van kerken.

    Verder vind je in de direct omgeving ook de bekende Oldendorfer Hünensteine en iets verder bij Molbergen bij de buurtschap Peheim de Teufelssteine. Direct naast deze steentijdmonumenten zijn in de bospercelen rond Oldendorf en Bischofsbrück bovendien tientallen grafheuvels en urnenvelden uit de latere Brons- en IJzertijd bewaard gebleven. Bezoekje waard.

     4b Oldendorfer Hünensteine en de Teufelsteine van Peheim.

    De Oldendorfer Hünensteine liggen verscholen in een bosperceel ten zuidwesten van Lastrup. Het grote hunebed valt direct op door de enorm hoge en langgerekte aardheuvel van zo’n 26 meter lang en 10 meter breed die de grafkamer omsluit. Hoewel veel van de zware dek- en wandstenen in de loop van de eeuwen in de grond zijn verzakt of zijn verschoven, geeft de opvallend goed bewaarde heuvelstructuur met de restanten van de steenkrans een heel goed beeld van hoe het monument er oorspronkelijk uitzag. Om er te komen neem je vanaf Herzlake of Löningen de autoweg B213 richting Lastrup. Vlak voor het dorp Lastrup sla je ter hoogte van het gehucht Oldendorf af naar een parkeergelegenheid aan de noordzijde van de B213, vanwaar een duidelijk bewegwijzerd wandelpad je na een korte wandeling door het bos rechtstreeks naar het hunebed leidt.

    Een kilometer of veertien noordelijker, nabij het buurtschap Bischofsbrück tussen Peheim en Vrees, vind je de Teufelssteine. Dit grote hunebed, geregistreerd als ‘Station 18b’ op de Duitse megalitische route, ligt heel mooi aan de rand van het dal van het beekje de Marka. De Teufelssteine staan bekend als een uitstekend bewaard hunebed met drie reusachtige dekstenen, beschermd door een opvallend lange steenkrans van circa 40 meter lang. Een bijzonder detail is de inscriptie “ANNO SANTO” in een oud runenschrift op een van de stenen, welke er in het begin van de twintigste eeuw ingehakt is. Flinke nep dus. Volgens een oude legende dankt het graf zijn naam aan de duivel, die de stenen op deze plek zou hebben verzameld om een schat te beschermen die niemand kon tellen. Je bereikt het hunebed door vanaf de weg tussen Peheim en Vrees de afslag naar de buurtschap Bischofsbrück te nemen. Vanaf de kleine parkeerplaats daar is het slechts een korte wandelroute over een verhard voetpad langs het beekdal naar de schaduwrijke plek onder de bomen waar het duivelsmonument staat.

    5) Cloppenburg. Je kunt ervoor kiezen om deze kleine stad aan te doen, al was het maar om een bezoek te brengen aan het openluchtmuseum daar. Wat er zoal in de stad zelf te zien is, weet ik niet. Ik rij er meestal omheen. Maar dat openluchtmuseum is echt mooi en interessant.

    De streek rond rondom Cloppenburg is een gebied waar een rijke prehistorie, eeuwenoude plattelandscultuur en gevarieerde natuur samenkomen. Op cultuurhistorisch vlak vormt het vermaarde Museumsdorf Cloppenburg het absolute hart van de regio; dit is een van de oudste en grootste openluchtmusea van Duitsland, waar tientallen historische vakwerkhuizen (ook een grote liefhebberij van mij), windmolens, boerderijen en de indrukwekkende adelscultuur van het Herrenhaus Arkenstede een levendig beeld geven van het plattelandsleven door de eeuwen heen.

    013. Gerestaureerde vakwerkboerderij Hoeve Quatmann uit Elsten bij Cloppenburg. Deze in Nedersaksisch vakwerk opgetrokken boerderij is te bezichtigen in het openluchtmusum in Cloppenburg. De oorspronkelijke boerderij is gbouwd tussen 1803 en 1806.

    Je bereikt het museum prima met de auto. Het Museumsdorf Cloppenburg ligt vlak bij het centrum van Cloppenburg (aan de Bether Straße 6). Je kunt parkerendirect tegenover en rondom de hoofdingang van het museum (Parkplatz Museumsdorf, Bether Straße/Gartenstraße). Met het parkeerkaartje krijg je vaak ook nog eens korting bij de kassa of kun je tegen een voordelig tarief dagparkeren.

    014. Vakwerkschuur in het openluchtmuseum Gloppenburg.

    Wat ook het overwegen waard is, is een bezoek, wandeling en/of kamperen langs de Thülsfelder Stausee. Je rijdt dan op weg 72 tot ongeveer halverwege Friesoyte.

    6) Thulsfelder Stausee

    Eén van de mooiste landschappelijke hoogtepunten nabij Cloppenburg is het stuwmeer Thülsfelder Stausee, dat aan het begin van de twintigste eeuw werd aangelegd om overstromingen te voorkomen, maar zich in de loop van tientallen jaren heeft ontwikkeld tot een uniek beschermd natuurreservaat, omringd door dichte dennenbossen, heidevelden en zandverstuivingen. Je kunt er fantastisch wandelen badderen en op stranden liggen en op het meer roeien/kanoën. Ook kamperen is geen probleem daar. Hoewel het een zeer stille streek is, zal het er met die eettenten en restaurants en hotels aan het meer dan wel iets drukker zijn. Het moet gezegd, het zit op het terras van een van die uitspanningen ’s avonds wel heel erg lekker, uitkijkend over het verstilde meer. Ontdek het zelf maar.

    015. Thülsfelder Stausee tussen Friesoythe en Cloppenburg is een stuwmeer dat in de jaren 1924-1926 is aangelegd om overstromingen in het gebied langs de rivier de Soeste te voorkomen. Het langgerekte kunstmatige meer bevat ruim 10 miljoen kubieke meter water.

    7) Baumweg ofwel het Ahlhorner Urwald tussen Cloppenburg en Ahlhorn

    Je hebt in Noordwest-Duitsland een drietal bosgebieden die als ‘oerwoud’ aangemerkt worden. Het zijn eeuwenoude bossen met tal van monumentale loofbomen en ruïnes daarvan. Er wordt niet gekapt tenzij het gevaar oplevert voor de wandelaars.

    In Ostfriesland, bij Neuenburg/Wilhelmshafen heb je het Neuenburger Urwald. Bekender en ook meer bezocht is de Hasbruch tussen Oldenburg en Delmenhorst bij Bremen en tenslotte het Ahlhorner Urwald, dat tegenwoordig officiëel Baumweg Urwald genoemd wordt. Een wandeling door dit betrekkelijk kleine oerbos is fascinerend. Een must, zogezegd.

    Terzijde: Wat is het voor bos?

    Het bosrgebied Urwald Baumweg, in de volksmond ook wel bekend als het Ahlhorner Urwald, is een van de oudste en meest indrukwekkende bosreservaten van Noord-Duitsland. Halverwege Cloppenburg en Ahlhorn (gemeente Emstek), direct aan de historische rijksweg B213, vormt dit gebied een groen relict waar de natuur al meer dan anderhalve eeuw vrijwel volledig haar eigen gang mag gaan. Hoewel het strikt genomen geen ‘oorspronkelijk’ primair oerbos is — het werd eeuwenlang gebruikt als weidebos voor vee — is het sinds het midden van de negentiende eeuw beschermd en vrijgesteld van houtkap. Daardoor heeft het bos zich kunnen ontwikkelen tot een ecologisch wildernisreservaat vol knoestige, eeuwenoude eiken en beuken die soms meer dan 300 tot 400 jaar oud zijn. Het kenmerkende ‘oerboskarakter’ wordt versterkt door de enorme hoeveelheid staand en liggend dood hout: omgewaaide boomreuzen blijven liggen waar ze vallen, overwoekerd door mossen, korstmossen en bijzondere boomzwammen, wat weer een ideale biotoop vormt voor zeldzame kevers, spechten en talloze insectensoorten. Bij ons hebben we in Noord-Drenthe bij Norg het Norgerholt; ook mooi, maar dit haalt het qua karakter niet bij het Urwald Baumweg.

    Om dit indrukwekkende natuurgebied te bezoeken, rijd je vanuit Cloppenburg via de B213 in de richting van Ahlhorn. Ongeveer halverwege vind je direct aan de B213 ruime parkeergelegenheden (Parkplatz Baumweg of bij de ingang van het bosreservaat), vanwaar goed aangewezen wandelroutes en een informatiepad je rechtstreeks het hart van het ‘oerbos’ in leiden. Je krijgt daar een goede indruk van een oud bos.

    Foto 016. Urwald Baumweg ofwel het Ahlhorner Urwald is een prachtig oud bosgebied met indrukwekkende bomen en boomruïnes, waardoor je hier en daar de indruk hebt in een ontoegankelijk stuk oerbos te staan.

    Terzijde: Wandelroute door het oerwoud

    Omdat in het oerbos geen duidelijk bewegwijzering aanwezig is, kun je hieronder lezen hoe je  door het Urwald een mooie wandeling kunt maken en waarbij je op de parkeerplaatst terug komt. Voor de duidelijkheid, je begint de wandeling aan de zuidelijke rand op de Ahlhorner Straße. De parkeerplaats ligt direct aan de weg. Een informatiepaneel geeft details over het bosgebied, inclusief de visvijvers van Ahlhorn. Je voltn het pad het bos in. Achter een klein bordje loopt een pad linksaf het oerbos in. Het wandelpad slingert langs bomen die willekeurig bij elkaar staan. Er valt hier al veel moois te ontdekken. Na ongeveer 400 meter je op een soort kruispunt van bospaden.

    Je gaat rechtdoor rechtdoor tot je bij de volgende kruising komt. Daar ga je rechtsaf en volgt het bospad. Dit traject voert je langs vele interessante oude bomen. neem hier ruim de tijd voor om een en ander in je op te nemen en om te fotograferen. Zodra het bospad een parallelle bosweg kruist, sla je linksaf en volgt deze tot aan de rand van het bos. Daar splitst een pad zich af naar links. Dit pad loopt parallel aan een oude houtwal.

    Vlak voordat je de Ahlhorner Straße weer bereikt, splitst een pad linksaf het bos in. Dit wandelpad brengt je uiteindelijk terug naar het pad dat nog kent van het begin van de wandeling. Je passeert onderwijl nog een aantal prachtige, oude, knoestige bomen voordat je bij het tweede kruispunt linksaf slaat.

    Je volg dit pad door het oerwoud, langs talrijke fotogenieke bomen. Na ongeveer 2 km bereik je een rustplek, waar je eventueel ook kunt schuilen. Dit is de ideale plek voor een pauze. Er kunt er met 4-6 personen terecht. Daarna vervolg je je weg over het bekende pad. Bij de eerstvolgende gelegenheid sla je echter rechtsaf en daarna  over een korte afstand weer rechtsaf. Je bevindt je nu nu terug op het bospad dat vanaf de parkeerplaats het bos in leidde. Je blijft op dit wandelpad tot je weer op de parkeerplaats bent. Je hebt waarschijnlijk onderweg verschillende foto’s kunnen maken, ook van indrukwekkende eiken die vanwege hun ouderdom een langzame doodsstrijd voeren.

    017. Urwald Baumweg. De kromme bomen versterken het beeld van een oeroud bos. Niets is echter minder waar. De kromgegroeide bomen hadden, behalve voor brandhout geen waarde als bouwhout voor voor boerderijen en huizen en bleven staan. Voor bouwhout had men rechte stammen nodig. Die zijn in het verleden selectief gekapt.

    8) Visbeker Braut

    Dir megalitisch monument ismede door zijn lengte een indrukwekkend en bekend overblijfsel van een rituele begraafplaats uit het Neolithicum in Noord-Duitsland. Het ligt aan de zuidrand van het oerbos Urwald Baumweg nabij Ahlhorn.

    Om de Visbeker Braut te bezoeken neem je ter hoogte van het Urwald Baumweg bij de verzorgingsplaats/gasthof Visbeker Braut of de nabijgelegen bosparkeerplaats direct aan de B213 de afslag. Vanaf de parkeerplaats wandel je via een goed onderhouden en duidelijk bewegwijzerd bospad in slechts een paar minuten naar de schaduwrijke open plek waar het indrukwekkende steenmonument verscholen ligt.

    Archeologisch gezien is de Visbeker Braut een zeer langgerekt hunebed uit de jonge steentijd (ca. 3500–2800 v.Chr.), gebouwd door boeren van de Trechterbekercultuur met behulp van loodzware, meest granieten zwerfstenen. Het monument valt op door zijn uitzonderlijke vorm: de werkelijke grafkamer ligt opgesloten binnen een langgerekte, rechthoekige steenkrans van maar liefst 80 meter lang en 7 meter breed. Deze indrukwekkende ‘stienen bedding’ telt meer dan tachtig kransstenen, waarvan sommige ruim twee meter hoog zijn. De naam dankt de plek aan een bekende volkssage over een jong meisje dat tegen haar wil werd uitgehuwelijkt aan een man uit Visbek. Iets meer daarover lees je hieronder.

    9) Visbeker Bräutigam

    Beide langgraven zijn op een bijzondere manier met elkaar verbonden. Om de Visbeker Bräutigam te bereiken rijd je vanaf de Visbeker Braut of de B213 een klein stukje door richting het noorden, vlak over de grens van de gemeente Großenkneten (nabij het buurtschap Engelmannsbäke). Vanaf de weg B213 neem je de afslag richting Steinwerder / Engelmannsbäke, waar een ruime bosparkeerplaats direct bij de bekende Hotel-Restaurant Engelmannsbäke ligt. Vanaf deze parkeerplaats voert een goed aangegeven voetpad je binnen enkele honderden meters rechtstreeks naar de schaduwrijke plek waar het reusachtige graf van de ‘Bruidegom’ ligt.

    018. Visbeker Braut is een zeer langgerekt hunebed uit de jonge steentijd (ca. 3500-2800 v.Chr. Het langgraf is zo’n 80 meter lang. Bron: Wikmedia Commons foto Ulrich Kinder, Niedersächsisches Landesamt für Denkmalpflege

    Terzijde: De Visbeker Braut en de Visbeker Bräutigam

    zijn op een bijzondere manier met elkaar verbonden, zowel archeologisch als door één van de bekendste volkssages van de streek. Archeologisch gezien vormen de twee enorme megalithische monumenten uit de jonge steentijd (ca. 3500–2800 v.Chr.) de absolute hoogtepunten in verre omtrek. Met een lengte van ruim 100 meter is de Visbeker Bräutigam zelfs een van de grootste en best bewaarde steengraven van heel Duitsland, terwijl de Visbeker Braut met haar 80 meter lange steenkrans nauwelijks daarvoor onderdoet. Volgens een legende wilden de ouders van een jong meisje uit de buurt haar tegen haar wil uithuwelijken aan een rijke boer uit het nabijgelegen Visbek. Toen de jonge bruid met haar bruidsstoet onderweg was naar de bruidegom en de kerkklokken van Visbek al hoorde luiden, riep ze in pure wanhoop uit dat ze liever in steen zou veranderen dan met hem te trouwen. Op dat moment verstarde niet alleen de bruid en haar complete stoet op de plek van de Visbeker Braut, maar veranderde vier kilometer verderop ook de wachtende bruidegom met al zijn gasten ter plekke in de Visbeker Bräutigam. Dat is nog eens romantiek met een onverwacht slecht einde. En dit keer geen zoutpilaar, maar grote Scandinavische granieten zwerfstenen.

    020. Visbeker Bräutigam is met een lengte van meer dan 100 meter het langste hunebed uit de Trechterbekertijd in Duitsland. Bron: bron Wikmedia Commons, foto Ulrich Kinder, Niedersächsisches Landesamt für Denkmalpflege

    Terzijde: Mocht je beide grafmonumenten in één bezoek wilt combineren, dan is het wandelpad tussen de twee locaties een aanrader. De gemarkeerde wandelroute Sagenweg verbindt de beide langgraven met een prachtige tocht van circa vier kilometer. Deze route voert je vanuit het sfeervolle oerbos Urwald Baumweg langs de heidegebieden van de Engelmannsbäke en door schaduwrijke eiken- en dennenbossen. Hierdoor loop je in de denkbeeldige voetsporen van de legendarische bruidsstoet en krijg je zo een goed beeld van de verwevenheid van oeroude en de meer recente cultuur ofwel zandig noordwest-Duitsland op zijn best. Bedenk wel dat je auto op een parkeerplaats staat, vier kilometer terug.

    Met dit ‘prehistorisch echtpaar’ ben ik aan het eind gekomen van mijn bezoeksuggesties en verhalen over de geologie, prehistorie en landschap van dit deel van Nedersaksen. Ik hoop dat je aan deze routes door de Hümmling, het Emsland en het Cloppenburger land veel plezier zult hebben. En nogmaals, het hoeft niet allemaal op één dag. Doe het in gedeelten of koppel het aan een lang weekend. En… heb je gedacht aan de periode rond de kerstdagen? Het is in die tijd in december met zijn kerstmarkten en aanverwante evenementen dan heel goed toeven in plaatsen als Papenburg, Sögel, Meppen, Haselünne, Lingen en Cloppenburg. Hoe dan ook, veel plezier!

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.