Het hunebed van Loon (D15, even ten noorden van Assen) is een middelgroot hunebed (ongeveer 9.6 x 3.6 m) dat nog behoorlijk compleet is: vrijwel alle draag- en dekstenen zijn nog aanwezig, de poort is nog intact en zelfs zijn er nog 18 van de oorspronkelijk 23 kransstenen te vinden. Met name dit laatste is uitzonderlijk, want bij de meeste hunebedden zijn het juist deze kransstenen die als eerste verdwenen om bv. te dienen als bouwmateriaal.
De kransstenen zijn grote zwerfkeien die rondom het hunebed in een grote cirkel zijn geplaatst. De krans behoort tot het oorspronkelijke hunebed-ontwerp (het is geen latere toevoeging) en markeert de vroegere omvang van de dekheuvel (zie ook het verhaaltje over D12). Er was natuurlijk een bouwkundige functie, de krans hield de dekheuvel op zijn plaats, maar hij vormde ook een grens tussen het sacrale, collectieve grafmonument (het domein immers van de doden en/of de voorouders) en het omringende profane, dagelijkse landschap (de akkers, het dorp). Dit soort cirkelvormige afbakeningen komt in heel Noordwest‑Europa veel vaker voor bij megalithische monumenten.
In 1870 werd D15 “gerestaureerd” volgens de toenmalige inzichten. Men dacht dat de dekheuvel simpelweg door stuivendzand was ontstaan en geen onderdeel van het monument was (zie ook D5). Daarom werd de heuvel volledig weggehaald, het hunebed kwam open te liggen en de kransstenen werden zichtbaar als losse ovale ring in het landschap. Dit idee van latere duinvorming is inmiddels achterhaald: archeologen zijn het er nu over eens dat de dekheuvel eenessentieel onderdeel van het oorspronkelijke grafmonumentwas.
Van Giffen onderzocht het hunebed in 1918. Hij schreef: “Het verkeert, in weerwil van de aanwezigheid der talrijken kransstenen, in gehavenden staat”. Waarschijnlijk doelde hij hierbij op de toestand van de dekstenen. Eén was er geheel in stukken gebroken en de 4 overige waren “gekanteld, verschoven, vergleden of overgekipt “. Met de 10 zijstenen zat het redelijk goed. In 1952 werd het monument, wederom door Van Giffen, gerestaureerd: een beperkte ingreep waarbij het niet verder werd onderzocht maar waarbij men zich vooral concentreerde op het rechtzetten van instabiele stenen en het herstellen van verzakte delen- vooral om het monument weer ‘toonbaar’ te maken.
Bij een illegale opgraving in 1974, door 2 tieners uit Assen, zijn er twee aardewerken klokbekers en een plat stuk koper of brons, ca. 3,5 × 4,5 cm in het portaal van het hunebed D15 gevonden. Niet uit de centrale grafkamer maar uit de toegang tot de kelder. De klokbekers dateren uit 2450–2000 v. Chr. en zijn daarmee van een veel latere datum dan de bouw van het hunebed. Waarschijnlijk ging het hier om een latere bijzetting of om het brengen van offers bij de ingang van een monument dat ook eeuwen later nog steeds als een heilige plaats werd ervaren. Na enig aandringen zijn de objecten uiteindelijk aan het Drents Museum overgedragen.





Voor meer informatie over D15 klik hier
Het GIA (Groninger Instituut voor Archeologie) heeft in het najaar van 2024 veel oude foto’s van opgravingen digitaal ontsloten. Een ware schatkamer. In de database staan ook foto’s van de opgraving en van de restauratie van hunebed D15 bij Loon uit 1918 en 1952, respectievelijk.
De historische foto’s bij dit artikel zijn te vinden via https://dbc.rug.nl/digital/collection/GIA-fotos. Als u hier de zoektermen loon en hunebed intikt vindt u onder meer de getoonde foto’s.











