In de parochie Grouville op het eiland Jersey ligt La Hougue Bie: een zogenaamd ganggraf. Een ganggraf is een prehistorisch grafmonument met een gang naar de grafkamer[s]. De naam hougue zou mogelijk komen van het Oud-Noorse woord voor heuvel haugr.
Over de herkomst van het woord Bie zijn onderzoekers het niet eens. Mogelijk verwijst het woord Bie naar “een gebouw op de aarden heuvel”.
Het grafmonument wordt gezien als een van de tien oudste gebouwen ter wereld, maar ook als een van de mooiste en best bewaarde ganggraven (hunebedden) in Europa.
In 1969 en 1971 verscheen dit monument op twee identieke postzegels van Jersey [een zegel met de waarde van 1d en twee jaar later een zegel met de waarde van 3p] terwijl in 1981 twee Europa zegels van Jersey aandacht besteedden aan de legende van La Hougue Bie.
Het monument bestaat uit drie delen: het ganggraf zelf, een oude kapel boven op de heuvel en een ondergrondse bunker uit de Tweede Wereldoorlog.
Het prehistorische monument [een neolithische rituele site] dateert uit de nieuwe steentijd, zo’n 3.500 v.Chr. Het is daarmee ouder dan de Egyptische piramides.
De grafheuvel met daarin het graf is ruim 12 meter hoog. Het graf zelf is 18,6 meter lang met aan het einde een grote ruimte van 9 bij 3,6 meter. Het monument bestaat uit zo’n 70 stenen.
Bovenop de terp werden later twee [een in de 12e en een in de 16e eeuw] middeleeuwse kapellen gebouwd.
Het graf is ontdekt in 1924, maar al eerder werd vermoed dat zich in de heuvel prehistorische overblijfselen zouden bevinden. De site werd voor het eerst opgegraven in 1925 door de Société Jersiaise. Aan het eind van de 20e eeuw ontdekte men dat de gang zo is georiënteerd dat het zonlicht tijdens de zonnewende het achterste deel van het heiligdom bereikt. Dit straaltje licht schijnt dan echter alleen over de grond, want de hemel is bijna niet te zien vanuit het achterste deel van het heiligdom, doordat het plafond erg laag is.
Tijdens onderzoek zijn in het ganggraf de botresten en crematieresten van in elk geval acht personen aangetroffen. Ook zijn er, naast resten van verbrand aardewerk, ook dierlijke botten, schelpen, kralen en vuurstenen werktuigen gevonden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het complex gebruikt als een belangrijk uitkijkpunt en werd in de heuvel een ondergrondse commandobunker gebouwd. Dit bouwwerk is open voor het publiek en herbergt een tentoonstelling ter herdenking van de arbeiders uit heel Europa die tijdens de Duitse bezetting in Jersey verdedigingswerken moesten bouwen.
Meer dan twee millennia lang lag de site ongebruikt en er ontstond een legende dat er onder de heuvel een draak woonde.
De legende van La Hougue Bie
De legende zegt dat er ooit een vreselijke draak in St. Lawrence woonde en mensen doodde.

De Seigneur [Heer] de Hambye in Normandië hoorde van deze draak en ging op weg om tegen hem te vechten. Er is niet veel bekend over de slag, behalve dat de ridder aanviel en de draak in zijn eentje doodde en zijn kop eraf hakte.
Uitgeput en gewond ging hij liggen om te rusten, terwijl zijn schildknaap bij hem waakte.

Maar zijn schildknaap was niet loyaal, en wilde de glorie voor zichzelf. Hij doodde zijn meester en begroef het lichaam, voordat hij terugkeerde naar Hambye.
Eenmaal daar vertelde hij de vrouw van zijn meester dat de draak de Seigneur had gedood, maar dat hij, de schildknaap, zijn dood had gewroken en de draak had gedood. Hij voegde eraan toe dat de laatste wens van de Seigneur was dat de Schildknaap met zijn vrouw zou moeten trouwen.
Maar Op een nacht, toen ze in bed lagen, riep de schildknaap in zijn slaap dat hij zijn meester had vermoord.
Toen hij voor de rechter werd gebracht, bekende de schildknaap en werd hij veroordeeld tot de dood.
De dame reisde toen naar Jersey, en in St. Saviour werd een heuvel opgeworpen ter nagedachtenis aan de Seigneur: La Hougue de Hambye (La Hougue Bie).











